4e streepje: “Met een invasie van meer dan een miljoen berberapen kunnen we spreken over een dreigende Derde Wereldoorlog” Het is de rechtbank, gelet op de context en de teneur van het betreffende artikel, in de eerste plaats niet duidelijk op welke groep mensen de term ‘berberapen’ zou moeten slaan. De uitlating zou betrekking kunnen hebben op moslims, maar mogelijk ook op Marokkanen of het Berbervolk in Noord Afrika. Dit is naar het oordeel van de rechtbank niet evident. Voorts staat, indien de term op moslims zou slaan, niet vast dat deze groep mensen wordt beledigd vanwege het geloof dat zij aanhangen. Bovendien is de rechtbank van oordeel dat de term ‘berberapen’, hoewel weinig flatteus, niet evident beledigend is in de zin van de artikelen 137c en 137e van het Wetboek van Strafrecht. Als eerder opgemerkt gaat het hier enkel om de toetsing aan deze artikelen en niet om de vraag of deze uitingen zijn te karakteriseren als eenvoudige belediging.
Citaat uit de rechterlijke uitspraak in de zaak tegen de beheerder van de website “Misdefinitie” na aangifte door het MDI. De beheerder werd volledig vrijgesproken. Ondanks teksten die er niet om liegen. Maar los van de vraag of de betreffende teksten wel of niet beledigend zijn (zijn toch geen criteria voor, onzinnige wetgeving dus), volgt de rechter een opmerkelijke redenering. Zegt de rechter nu dat de term berberapen aan 3 mogelijke groepen zou kunnen refereren? En zo ja, maakt het dan uit welke groep het betreft? Mag je mensen uit Noord Afrika wel berberapen noemen maar marokkanen niet? Of wel, maar moslims niet? Ach, maakt ook niks uit, want is de term berberapen eigenlijk wel beledigend? De rechter vindt blijkbaar van niet.
Let overigens ook op deze cruciale zinsnede:
Voorts staat, indien de term op moslims zou slaan, niet vast dat deze groep mensen wordt beledigd vanwege het geloof dat zij aanhangen.
Je mag moslims dus gerust beledigen, zolang de belediging maar niet gerelateerd is aan hun religie. De uitspraak “moslims zijn achterlijke vieze stinkende berberapen die het land uitgeschopt moeten worden” is dus blijkbaar niet beledigend volgens deze rechter, omdat ze niet beledigd worden vanwege het geloof dat ze aanhangen. Terwijl het enige criterium om de groep genaamd moslims te definiëren hun religie is.
Ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat er mensen voor minder zijn veroordeeld en dat art. 137c door andere rechters op andere wijze wordt geïnterpreteerd.
Nog een citaat:
2e streepje: ‘Blijf in uw woestijn en ga nog eens fijn van bil met een van uw kamelen”
Deze uiting is in een artikel onder de titel ‘Lange tenen en kleine pik hard aanpakken’ geplaatst onder het kopje ‘Radicale moslims willen overheersen.’ De context van de gewraakte uitlating luidt – voor zover van belang – als volgt:
‘In het artikel stelt HUT, bestaande uit extreme radicale moslimterroristen, dat ze de vrijheid van meningsuiting niet respecteren omdat ze de democratie verwerpen. Rot dan lekker op naar uw eigen land. Met zulke moslimterroristen moeten we niet praten. Die moeten we het land uitschoppen.
Wat komen moslims hier in hemelsnaam doen als ze onze regels, wetten en democratie niet respecteren? Blijf in uw woestijn en ga nog eens fijn van bil met een van uw kamelen. Haatzaaien, oproepen tot geweld en het afzweren van de democratie? We moeten u niet! Zij hebben daar geen boodschap aan. Opeens komt de ware aard van die dwazen naar boven. “Wat jullie nodig hebben is een zware bomaanslag” zeggen ze ons toe. Zo, het hoge woord is eruit.’Gelet op de omliggende tekst van de desbetreffende uitlating, is de rechtbank van oordeel dat deze uitlating ziet op radicale moslims dan wel moslimterroristen vanwege het extreme gedrag dat de auteur van het artikel hen verwijt. De uiting ziet – anders dan de redactie van de tenlastelegging lijkt te veronderstellen – naar het oordeel van de rechtbank niet in algemene zin op moslims juist vanwege hun religie. Derhalve is ook deze uitlating niet op te vatten als beledigend voor een groep mensen in de zin van artikel 137c en/of 137e van het Wetboek van Strafrecht.
Is eigenlijk toch wel vreemd. Een rechter die radicale moslims niet de bescherming gunt die hij moslims in het algemeen wel gunt. Zijn radicale moslims dan geen moslims? En wat zijn eigenlijk radicale moslims? En waarom verdienen radicale moslims minder bescherming, en staat dat ook in onze wet? En mag je dezelfde redenering volgen voor gematigde moslims? Mag je in bovenstaande tekst de term “radicale moslims” vervangen door “gematigde moslims” en zou de rechter dan tot hetzelfde oordeel komen? En zo niet, spreekt de rechter dan geen waardeoordeel uit welke levensovertuiging beter of slechter is? En zo ja, is dat aan een rechter?
Last but not least is ook deze passage in de uitspraak opmerkelijk:
Verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat de teksten zoals deze in de tenlastelegging zijn weergegeven, nooit op die manier en in die vorm op de website te zien zijn geweest, zodat hij reeds om die reden zou moeten worden vrijgesproken. Verdachte heeft hiertoe aangevoerd dat de woorden of zinsneden ‘(Turkse agent)’, ‘Moslims’ en ‘(allochtonen/moslims)’ niet op die plaats in de oorspronkelijke tekst waren opgenomen.
De rechtbank verwerpt het verweer van verdachte en overweegt hiertoe het volgende. De officier van justitie heeft ter terechtzitting aangegeven dat voornoemde woorden aan de tenlastelegging zijn toegevoegd om de verweten uitlatingen duidelijker weer te geven. De rechtbank volgt de officier van justitie in zijn verklaring, maar benadrukt dat zij in de beoordeling van de verweten uitlatingen voornoemde woorden/zinsneden niet zal meenemen en dat zij de gewraakte uitlatingen zal bezien in de context van de artikelen waarin de uitlatingen op de website zijn geplaatst.
Wat staat hier nou eigenlijk? Heeft de officier van justitie de teksten aangedikt om “verweten uitlatingen duidelijker weer te geven“? Een aandikking die de rechter vervolgens terecht negeert. Dit kan toch niet waar zijn. Noemen we dit niet gewoon manipulatie van bewijsmiddelen door het OM?
Update 18/04/09: tekst licht aangepast
Update 18/04/09: ter informatie hier de tekst van artikel 137c:
Artikel 137c
1. Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging of hun hetero- of homoseksuele gerichtheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie opgelegd.
Mijn vraag hierboven “Mag je mensen uit Noord Afrika wel berberapen noemen maar marokkanen niet? Of wel, maar moslims niet?” moet volgens art. 137c dus beantwoord worden met “Inderdaad, Marokkanen en Noord Afrikanen wel, maar moslims niet, althans als je dat doet omwille van hun religie.”
Overigens wordt in het artikel niet gesproken over “radicale moslims” maar over “radicale moslimterroristen”. De rechter interpreteert dat echter als “radicale moslims” om vervolgens te concluderen dat de schrijver zich niet keert tegen deze groep vanwege hun religie, ondanks dat de schrijver toch expliciet het woord “moslims” als groepsaanduiding gebruikt. Uit de uitspraak van de rechter mag je ook afleiden dat het blijkbaar verboden is om moslims te beledigen als groep als zij extreme gedrag vertonen dat is gebaseerd op hun religie.
We gaan het meemaken, want er komt zeker een hoger beroep.
Waarbij ik dan wel weer hoop dat je wint want per ik ben fervent tegenstander van censuur obv vermeende belediging.