Penn and Teller on Vaccinations

In de herhaling, want het is blijkbaar nodig.

Advertenties

Foute mEUningen

In toenemende mate beschouwt Europa zich als scherprechter die beslist wat je wel mag vinden en wat niet. Wat goede meningen zijn en wat foute. De eerste groep zou duiden op de aanwezigheid van tolerantie, de tweede van intolerantie.

Wat betekent dit concreet? Je goedkeuring uitspreken over een totalitaire ideologie mag niet, staat er in sectie zeven van ‘A European Framework’, net zoals xenofobische standpunten verboden zijn. Het zijn het maar twee voorbeelden; de lijst met illegale uitingen – genocidenontkenning, de belediging van groepen – is veel langer. Het venijn zit hem in de rekbaarheid van de criteria. Neem xenofobie. Het is een containerbegrip waaronder je vele uitspraken kunt laten vallen. […]

‘A European Framework’ is dus geen op zichzelf staand document, maar past in een breder opvoedingsprogramma dat Europeanen tot nette opvattingen brengt. Daarmee slaat de EU de plank niet zomaar mis. Het oorspronkelijke ideaal slaat om in zijn tegendeel. Als er één ding is wat tolerantie nu juist niet beoogt, is dat het afdwingen van politieke correctheid. Wat zou de Franse filosoof Voltaire zo’n 250 jaar geleden ook alweer gezegd hebben? “Ik verafschuw alles wat u schrijft, maar ik zou mijn leven ervoor geven dat u het kunt blijven schrijven.”

[bron]

Sebastien Valkenberg, filosoof en essayist

U bent gewaarschuwd !

De Surinaamse Hebi

„Wij Surinamers spreken ook wel van een hebi, iets wat je tot last is. Tijdens de slavernij is door de slavenhouders opzettelijk tweedracht gezaaid onder slaven. Sommigen kregen een voorkeursbehandeling als ze zich van de groep afkeerden. Het klinkt raar, maar tot op de dag van vandaag zit de Surinaamse gemeenschap nog zo in elkaar.” Er is weinig gemeenschapsgevoel en samenwerking, zegt Renfrum. „Waar succesvolle Marokkanen of Turken elkaar helpen aan banen of elkaar financieel ondersteunen bij het opzetten van eigen bedrijven, nemen succesvolle Surinamers vaak afstand van de gemeenschap. Dat is heel kenmerkend.” [bron]

Kenneth Renfurm (2008)