Sjaak Bral over de islam…

“Sjaak Bral houdt van hard, provocerend en actueel cabaret. ‘Ik heb niet de illusie dat het leven er door verandert, maar de moraal mag van mij terugkeren in het cabaret. Kleinkunst is tegenwoordig vooral pretcabaret – rennen, springen, op mekaar staan – maar je moet het podium juist gebruiken als laatste schuilplaats voor de non-conformistische geest.’ (..) In die zin onderscheidt Bral zich van veel vakgenoten door zich geen enkele zelfcensuur op te leggen. Het heeft hem een ‘ordner vol dreigbrieven’ opgeleverd en, zegt hij berustend, ‘uiteraard de gebruikelijke correspondentie van de Bond tegen het vloeken’ (..) Hoewel ik beslist geen Fortuynist ben, ik moet kunnen zeggen dat fundamentalistische moslims een woestijngeloof aanhangen dat duizenden jaren geleden wellicht een functie had, maar nu op veel punten gewoon uit de tijd is. [bron]

Mooi. En dan nu de harde provocerende humor van Sjaak Bral, geheel zonder zelfcensuur over de islam of over moslims: …… uuuuuhmmm……

….hebt u een voorbeeld kunnen vinden?

Ik kom niet verder dan:

“Stel een radicale moslim krijgt een gouden handdruk uitgereikt, zou hij deze dan ook weigeren ?”.

Poeh poeh.

U kunt de voorbeelden natuurlijk kwijt in de comments.

“postmoderne onnozelheid die je de adem beneemt”

Ook het hartverscheurende onrecht dat meisjesbesnijdenis heet – ofwel FGM, Female Genital Mutilation – weten mijn seksegenoten dikwijls op dekselse wijze cultureel te relativeren.

Zo mocht ene Ginny Mooy (‘schrijfster, werkt met kindsoldaten’) op de VARA-site Joop.nl FGM-bestrijders en hun sympathisanten de les lezen. ‘Uw vingertje,’ schreef ze in krakend proza, ‘dat intussen krom staat van de alleen in uw ogen emanciperende terechtwijzingen, en die decenniumlang durende discussies zijn erger, pijnlijker en neerbuigender dan enig verbod ooit zou kunnen zijn.’ In de comments voegde ze eraan toe: ‘Universele mensenrechten is een zeer discutabel begrip. Zo kan men elders bijvoorbeeld vinden dat vrouwenbesnijdenis een recht is. Wie heeft gelijk?’ De redenering was van een postmoderne onnozelheid die je toch even de adem beneemt. [bron]

Elma Drayer